Ledenontmoetingsdag 2013

Protestantse Vrouwen Organisatie

De morgen
Al op het station van Ermelo worden we verwelkomd door een vrijwilliger met een geel karton, waarop met grote letters ‘PVO’ staat. Eigenlijk moet ik er een beetje om grinniken, maar het is wel heel behulpzaam. Ook bij de oversteekplaats is begeleiding. Tegelijk met mij arriveert een bus met allemaal vrouwen. Gezellig kwebbelend gaan ze de kerk in, elkaar een arm gevend waar dat nodig of prettig is. De kerk van Ermelo is gastvrij. De hal is ruim, je kunt er allemaal zo in lopen. Er staan gastvrouwen die tegen iedereen zeggen: ‘Daar is de kapstok, daar zijn de toiletten en rechts is er koffie.’ Koffie met een heerlijk petit fourtje, een klein gebakje. Er wordt buitengewoon lekkere koffie geschonken. Ik wil van de koster weten wat voor merk het is. Een nieuwe soort van een oud merk met twee letters. Hij heeft een postertje opgehangen, want hij was er al op voorbereid dat men er naar zou vragen. Ik moet even zoeken naar een plaatsje, want het is behoorlijk vol.

De koster, die ook Koster heet, neemt als eerste het woord. Hij heet ons allemaal welkom, wijst ons op de EHBO-ers en de toiletten, die ook boven zijn en stelt zich beschikbaar voor alle zich voordoende problemen. Dan geeft hij de microfoon aan ongeveer ons jongste lid, onze voorzitter Tiny van de Biezen. Tiny heet ons met zichtbare trots welkom, ook zij is blij dat de kerk zo vol zit.
Tijdens de opening worden de leden van het HB en de genodigden aan ons voorgesteld; steekt Sary van der Kooi een kaars aan als symbool voor onze afhankelijkheid van God; gaat Tiny voor in gebed en leest Tjits Rinsma Psalmen 36: 6-11. Ons motto ‘In uw licht zien wij het licht’ en enkele regels uit ‘Het Zonnelied’ van Franciscus van Assisi, ons nieuwe jaarthema, komen terug in de meditatie van Tiny. Mij trof in het bijzonder dit regeltje: ‘U bent de redder van mens en dier.’

Meditatie van Tiny van de Biezen, klik hier

Zo tegen het einde van het morgenprogramma is het tijd voor de jaarverslagen van secretaris Gré Popping en penningmeester Tjits Rinsma. Er waren geen vragen ingediend, zodat beide verslagen de goedkeuring van de vergadering krijgen en de penningmeester decharge verleend wordt. De heren van Financiën en Ondersteuning (F&O) Ad van Halteren en Evert Estié worden door Tjits met een aardigheidje bedankt voor het werk dat zij voor onze organisatie verricht hebben. Als Kruis en Munt aan de beurt is, maakt Tjits het gespaarde bedrag bekend van het afgelopen seizoen: € 11. 310,14. Er wordt warm afscheid genomen van ds. Egbert van Beesten, die ons uitstekend op de hoogte hield van het wel en wee van gehandicapte mensen en arme gezinnen in Moldavië. Hij rekent ons voor dat wij met elkaar in de afgelopen vier jaar bijna € 50.000,-- hebben gespaard voor Stichting Mensenkinderen. Mooi hè? Het komende seizoen zal er via Kruis en Munt gespaard worden voor Stichting Sviatoslav en stichting Waridi. Afgevaardigden van beide stichtingen worden voorgesteld en vertellen in het kort iets over hun doel. Na de collecte, de mededelingen en een laatste lied is het tijd om samen te lunchen! Heleen Koekoek

De middag Witte broodjes, bruine broodjes, krentenbollen, kaas, worst, melk, karnemelk, koffie, thee. Een overvloed aan voedsel stond op ons te wachten na het ochtendprogramma. Het duizelt mij, als ik mij probeer te bedenken hoeveel broodjes er zijn gesmeerd om al die vrouwenmagen te vullen. Hulde aan het team dat dit allemaal zo perfect voor ons heeft verzorgd! Toen wij na de lunch allemaal weer een stoel hadden gevonden, stond er een ontmoeting met oude bekenden op het programma. De zanggroep Intermezzo uit Bolsward fleurde het podium op met zang, dans en veelkleurige kostuums. Vijf vrouwen die samen de toonladders zeer hoog beklommen en zeer diep afdaalden, onder begeleiding van pianisten Pieter Jelle van der Laan en Oeds Wijnsma. Altzangeres Nelly van de Kooij deed een mysterieuze ontdekking op het podium. Een koffer, schijnbaar achteloos achtergelaten, lag in de weg. Ze vroeg opheldering bij haar collega’s: mezzosopraan en alt Elly Sjollema, hoge sopraan Audrey Stielstra, mezzosopraan Alie van der Schaaf en hoge en mezzosopraan Froukje Bosma. Die bezwoeren allemaal dat zij van niets wisten. In het optreden dat volgde werden er allerlei attributen uit de koffer gehaald. Een vrolijke kimono was de opmaat voor enkele liederen uit de Britse musical The Mikado. Met een parasolletje waren de vrouwen plotseling giechelende tienermeisjes geworden. Vervolgens ging een van hen trouwen, vier zingende dames hielpen de Japanse bruid zich op te maken. Een Engelse bijbel was het volgende object dat uit de koffer werd gevist. De zangeressen kwamen op in lange koorjurken, eerbiedig het Salve Regina zingend. Maar toen pianist Pieter het lied versnelde, gingen de koorjurken uit en kwamen glitterjurkjes te voorschijn en ging het gezang over in een swingend nummer. De vondst van een pak kattenbrokjes mondde uit in een grappig Friestalig liedje over een kat die zijn bazinnetje in het voorjaar tot wanhoop drijft. Uiteindelijk maakt de veearts een einde aan zijn streken. De vrouwen zetten ronde oren op hun hoofd en voilà, daar waren zij opeens muizen geworden, die een Franse chanson zongen. De binnenkant van de muizenoren kleurde perfect bij de outfit van de zangeressen; een goed voorbeeld van de precisie waarmee de kostuums in elkaar waren genaaid. Alle details klopten! Tussen twee nummers door vertelde Audrey Stielstra dat vrijwel alles door de leden van Intermezzo zelf is gemaakt.

Na zoveel zang- en dansinspanning was het voor Intermezzo tijd om even te pauzeren. In deze pauze werd afscheid genomen van hoofdbestuurslid Sary van der Kooi, afgevaardigde van de werkgroep Toerusting. Omdat de taken van deze werkgroep op een andere manier worden georganiseerd, werden ook de andere leden bedankt voor hun inzet: Berry Wijnans, Diny van Gerner en Djoke Travaille. Als nieuw lid van het hoofdbestuur werd Jopie van de Kleut voorgesteld, als afgevaardigde van de redactie. De opbrengst van de collecte werd bekendgemaakt, die heeft € 1602,53 opgebracht voor de nieuwe doelen van Kruis en Munt. Daarna was er nog ‘tijd om te zoemen’, zoals Tiny het zo mooi uitdrukte. Tijd om even lekker te roezemoezen en bij te praten met elkaar. Met hernieuwde energie werd Juliska aus Budapest op het podium getoverd, een beeldschone Hongaarse die alle mannen om haar vinger weet te winden. Vervolgens dansten er haremdames voorbij, met rinkelende belletjes aan voeten en heupen. Met een sprong in ruimte en tijd liet Intermezzo ons de pruikentijd meebeleven. De artiesten kwamen op in dromerige hoepeljurken, waarbij hun naaikunst nog eens extra werd benadrukt. Maar van wie was nu de koffer? Het antwoord op die vraag stond op een boekrol, die helemaal onderin lag. De eigenaresse was een gevierd artieste, ‘De Diva’ genaamd. Zij liet weten dat zij haar spulletjes naliet aan de leden van Intermezzo, om zo de muziek verder de wereld in te brengen. Na deze vrolijke noten werden zij hartelijk bedankt met een staande ovatie en een kleurige bos bloemen.

Ria Strang, onze bureaumedewerkster, werd in het zonnetje gezet. Onlangs vierde zij een bijzonder verjaardag, zij zag Sara, wat reden genoeg was om haar vrolijk ‘Lang zal ze leven’ toe te zingen! Ook mevrouw Marie van Noortwijk, onze organist deze dag, en koster Arno Koster en zijn medewerkers werden heel hartelijk bedankt voor hun medewerking en kregen een welverdiend applaus. De vrouwen van Toerusting gingen ons voor in een liturgische afsluiting, gebaseerd op ons nieuwe jaarthema ‘Het Zonnelied’ van Franciscus van Assisi. Woorden over lucht, licht, vuur, water en aarde werden afgewisseld met samenzang over God de Schepper, die alle eer toekomt!

Liturgische afsluiting Raakvlakken met de vier elementen uit het Zonnelied Lucht en Licht, Vuur, Water, Aarde

Luchtige gedachten over lucht lucht en leegte is lucht leegte? lucht is niet grijpbaar lucht is stikstofgas lucht is zuurstof dat hebben we nodig we hebben lucht nodig daar kunnen we niet zonder dat geeft lucht een luchtje scheppen dat lucht op iemand niet kunnen luchten doen alsof iemand lucht is mooie blauwe lucht geen wolkje aan de lucht wolken lucht en winden

Zingen: Gezang 427: 1 Beveel gerust uw wegen Licht de dag breekt aan als het licht wordt licht is nodig om te leven zonder licht geen groei, geen oogst licht is nodig om te leven zon, maan en sterren brengen licht licht is nodig om te leven ook mensen kunnen licht brengen licht is nodig om te leven

Zingen Gezang 483: 1 Gij die alle sterren houdt Vuur Over vuur wordt heel verschillend gesproken in de Bijbel. De wolk en vuurkolom als een gids voor het volk. Israel op weg naar Kanaän. Een wegwijzer! Maar vuur kan ook verwoesting en verderf brengen. Veel leed is het gevolg van dat vuur. Ook wordt gesproken over vuur aan de hemel in de bliksem. Een waarschuwend teken van God? Maar het meest wordt gesproken over het vuur van de Heilige Geest. Laten we dat vuur in onze harten toe? Krijgt dat vuur van warmte en liefde kans in onze harten te werken? Willen we vanuit die liefde leven? Liefde geven en delen! Dat is pas hartverwarmend!

Zingen Gezang 249: 2 Wij delen in het vuur Water proef nu het water hoe het smaakt in je mond! vind je het bitter of is het gezond? is het als alsem of is het als wijn en maakt het je vrolijk geboren te zijn? proef nu het water uit de bron van God al brengt het opstandigheid tegen het lot tegen de dorst en ook tegen de dood met mensen die leven op water en brood proef nu het water uit de hemelfontein dat de barstige aarde weer vruchtbaar doet zijn dat bloemen doet bloeien en een tuin van beton dat is leven weerspiegelt in ‘t licht van de zon proef nu het water dat geneest van de pijn om samen voorgoed nieuwgeboren te zijn

Zingen: Psalm 65: 4 Gij plant de bergen vast in d’ aarde Aarde Geworteld in de aarde zijn de bomen. Hun takken reiken aan de zonnebaan. Zo dromen zij hun hemelhoge dromen, zolang zij in de goede aarde staan. Verbonden met de aarde zijn de dieren. De vogels vliegen lachend heen en weer, alsof ze vast hun aankomst willen vieren, en strijken op de goede aarde neer. Geboren voor de aarde zijn de mensen. God schiep hen voor elkaar, eensgezind – geen werelddeel of vaderland kent grenzen als elk zijn goede aarde vindt. Wereldwijd en ruim bemeten draait de aarde rond. Al wat ademt mag het weten; hier heb ik mijn plekje grond.

Zingen : Psalm 8: 1 en 6 Heer, onze Heer Wij willen allemaal wat betekenen in het leven Een moeder stelt de vraag aan haar dochter: ‘Wat wil je betekenen?’ Haar dochter zegt: ‘Moet je wat betekenen dan?’ De moeder antwoordt: ‘Ja, dat denk ik wel.’ Haar dochter zegt: ‘Ik weet het niet, hoor!’ De moeder pakt een pan, doet er een aardappel, een ei en een koffieboontje in. Vervolgens giet ze er wat water op en zet het op een vuur. Al snel verspreid zich de heerlijke geur van het ene koffieboontje door het huis. Dan vraagt moeder: ‘Wil je een zachte aardappel zijn, een hard gekookt ei, of een heerlijke geurend koffieboontje?’ De dochter kiest voor het heerlijk geurende koffieboontje.

Kiest u voor de geur van geloof, hoop en liefde, die u hier vandaag hebt opgesnoven? Geloof, in een leven met GOD die de weg aangeeft. Hoop, dat je elke dag weer opnieuw mag beginnen. Liefde, die vrede in je hart geeft en die je uit mag stralen. Neem deze geur mee naar huis. Aan u de keus om deze ook daar te verspreiden.

Slotgebeden Van zonsopgang tot zonsondergang is alle eer voor de Heer onze God. Allen: Alle eer aan de Heer onze God! Want in haar grote ontferming heeft zij het licht van de zon doen opgaan over deze dag. Allen: Alle eer aan de Heer onze God! Om licht te geven aan hen die leven in duisternis. Allen: Alle eer aan de Heer onze God! Geef ons het vuur om warm te blijven, want de Geest heeft ons aangestoken. Allen: Blijf bij ons Heer met uw troost en uw zegen. Om hier op aarde onze voeten te richten op de weg van de vrede. Allen: Blijf bij ons Heer met uw troost en uw zegen. Laat het doopwater vloeien, zodat we stromen van eeuwig leven. Allen: Blijf bij ons Heer met uw troost en uw zegen. Zegen allen die ons lief zijn, waar ze zich ook bevinden. Neem van hieruit mee geloof, hoop en liefde. Allen: Alle eer aan de Heer onze God. Allen: Amen. Sary van der Kooi, Berry Wijnans, Dinie van Gerner en Djoke Travaille

In verband met de komende troonswisseling werden nog twee verzen van het Wilhelmus gezongen, waarna iedereen wel thuis werd gewenst. Na afloop kon er onder het genot van een kopje koffie, thee of iets fris nog even nagepraat worden. Met elkaar – er waren meer dan 450 aanwezigen – kunnen we terugzien op een fijne en gezegende Ledenontmoetingsdag. Titia Lindeboom



Referaat Prof.Dr. Doeke Post

Dan is het woord aan prof. dr. Doeke Post, hij spreekt n.a.v. zijn boek ‘De dood komt steeds later’, over waardig leven, waardig sterven. In 1900 was de gemiddelde leeftijd 40 jaar. Nu is dat voor vrouwen 82 jaar en voor mannen 78 jaar. Men verwacht dat in 2050 de leeftijd zal stijgen van ongeveer 90 tot 120. En men verwacht zelfs dat aan het einde van deze eeuw er mensen van 150 jaar zullen zijn. Die mensen zijn dan nu al 50 à 60 jaar. Wat een idee, dat je nog 90 jaar voor de boeg hebt! Zou je je tijd dan ook anders indelen? Nog maar eens een studie aanpakken of zoiets? De tijd van leven is belangrijk, maar de kwaliteit misschien nog wel meer. Wat heb je eraan als je stokoud wordt en je weet het zelf niet? Dat is niet waar we op hopen. Helaas is de werkelijkheid dat iedere Nederlandse vrouw (en man) gemiddeld op de leeftijd van 61 jaar te maken krijgt met chronische ziekten, kwaaltjes en/of dementie. Daar wordt je niet vrolijk van, maar we kunnen ons kennelijk behoorlijk goed aanpassen. Laten we eerlijk zijn, dat moeten we toch al vanaf onze eerste menstruatie? Professor Post moedigt ons aan om het leven onder ogen te zien. Wanneer je bijvoorbeeld hoort dat je kanker hebt, ga je dan helemaal mee met de dokter die je behandelt, of praat je er ook met je huisarts over of vraag je eventueel een second opinion aan? Als het duidelijk is dat je niet meer beter kunt worden, welke weg kies je dan? Als je bijvoorbeeld 90 bent en al behoorlijk aan het eind van je krachten, wil je dan bij een hartstilstand gereanimeerd worden?

Nu is het zo dat reanimatie het beste resultaat heeft als er meteen ingegrepen wordt. Duurt het langer, dan is er vaak blijvend letsel. Met name de hersenen en organen kunnen beschadigd raken door zuurstofgebrek, ook op jongere leeftijd. Daar moeten we ons van bewust worden. Ambulancepersoneel zal je altijd reanimeren, verpleeg- en ziekenhuispersoneel ook, tenzij je duidelijk aangegeven hebt dat je dat niet wilt. Het is ontzettend belangrijk dat je die zaken bespreekt als er nog niet zoveel aan de hand is. Wacht niet tot dat het te laat is. De ander kan dan misschien niet meer praten en dan moet je raden wat hij of zij gewild zou hebben. Moeilijk is ook dat we vaak iets kiezen wat fijn lijkt voor onze familie, maar wat willen we zelf? Wanneer wij allemaal met onze partners, met onze kinderen of neven of nichten het gesprek aangaan over hoe we nog wel, maar vooral hoe we niet – meer – willen leven en dat vastleggen op papier, dan kan er een hoop nodeloos leed voorkomen worden. Gelukkig heeft de spreker ook het eerder genoemde boek (zie ook:In-druk, pagina 16) over dit onderwerp geschreven, waar alles instaat wat belangrijk is om te weten. Hij vertelt dat zijn jongste zoon nog geen zin had om het te lezen, maar nadat een vriend van hem een naar ongeluk kreeg, heeft hij het toch maar snel gedaan. De boodschap is dat het ons allemaal kan overkomen, vroeg of laat, maar meestal onverwacht. Het gaat om onze eigen zelfstandigheid en daar kunnen we zelf verantwoordelijkheid voor nemen.




Helaas zijn er zoveel vragen dat prof. Post er niet aan toekomt ze allemaal te beantwoorden. Hieronder vindt u de verwerking van de vragen waarvoor geen tijd meer was.


Uitstel, maar geen afstel
‘Mag je iemand de hemel onthouden?’


Het onderwerp dat ik besprak op de Ledenontmoetingsdag in Ermelo op 18 april gaf voor heel wat mensen stof tot nadenken. Het leverde ook nog vele vragen op die ik in dit artikel heb verwerkt.
Voor velen is het nadenken over het levenseinde een zeer beladen gebeuren. We willen graag leven en zien de dood als een vijand waar telkens tegen moet worden gevochten. En toch is in sommige gevallen de dood een uitkomst, het lijden is dan eindelijk over. Moet je immers altijd de dood proberen uit te stellen als er geen zicht meer is op een waardig leven? Is een waardige dood dan niet te verkiezen? ‘Mag je iemand de hemel onthouden?’ zo stelde iemand die deze uitspraak aan haar moeder ontleende toen die kanker kreeg. Met andere woorden, moet je er altijd voor kiezen om alle mogelijke ingrepen te ondergaan?

Steeds ouder, maar ook gezonder?
In mijn boek ‘De dood komt steeds later’ beschrijf ik dat we de levensverwachting steeds verder kunnen oprekken. Met de moderne technologie verwachten we zelfs aan het eind van deze eeuw 150 jaar te kunnen worden. Gezonder oud worden is nog een utopie. Er komen steeds meer mensen met chronische ziekten. Zo rond de 70 jaar treden er beperkingen op. En het aantal mensen met dementie verdrievoudigt zich de komende decennia. Het verouderingsproces wordt echter steeds inzichtelijker en het lijkt dat we daar vat op gaan krijgen. In Groningen is een groot onderzoek opgezet het zogeheten LifeLines-onderzoek, een zinvol gebeuren. De bedoeling is om mensen een levenlang te volgen en te kijken waarom de een wel en de ander niet een chronische ziekte krijgt. De kunst is om gezond ouder te worden. Er zijn bepaalde plaatsen op de wereld waar mensen nu al veel ouder worden. We noemend dat de ‘Blue zones’. De mensen worden hier gemakkelijk 100 jaar. Die plekken zijn onder meer op Sardinië aanwezig, in Japan (Okinawa eilanden), Costa Rica en Icaria (Griekenland). Wat is daar nu het bijzondere waar wij mogelijk van kunnen leren? Allereerst is de voeding anders, veel gezonder. We kenden dit ook al van de Zevende Dag Adventisten, mormonen die ook veel langer leven door hun gezondere leefstijl. Maar vooral het bewegen wordt daar veel meer gedaan. En heel opvallend is dat mensen sociaal veel actiever zijn en veel meer in hun gemeenschap met elkaar dingen doen en vooral voor elkaar zorgen. We moeten dus ouderen stimuleren om goed met elkaar om te gaan. Ik stelde al in een vorig artikel dat ziekte en gezondheid heel sterk verwant zijn aan de maatschappij waarin we leven. Ziekte kan ontstaan door prikkels uit de omgeving, zoals spanning op het werk of in het gezin. Bij mijn studie over hoofdpijn trof ik dat telkens aan. Maar naast de leefstijl zijn er ook de nieuwe technologieën als het maken van nieuwe organen en weefsel, de techniek van de reparatieve, regeneratieve geneeskunde die chronische ziekten kan oplossen. Onlangs werd er melding van gemaakt dat wetenschappers een nieuwe nier hebben gekweekt en die in een rat en een muis hebben geïmplanteerd. En het werkte!

Nieuwe technieken
De ontwikkelingen gaan steeds sneller en we zijn de dood straks te slim af, zo lijkt het wel. Kan de wetenschap dan een vloek worden? Gaan we niet te ver en veranderen we een mens niet in een soort cyborg, een combinatie van biologie en techniek zoals ‘De man van zes miljoen’? Moeten we de ontwikkelingen niet gaan afremmen? Mogen we wel voor God spelen? Of is die nieuwe techniek een zegen vanuit de Schepper? Ik denk dat beide kanten onder ogen moeten worden gezien. Enerzijds kan de techniek ons helpen de ziekte en het lijden te verminderen, anderzijds gaat de techniek zover dat de mens geen mens meer is, maar een verlengstuk van de techniek. Kan de politiek deze ontwikkeling niet stoppen? Ik denk niet dat dit moet: wetenschap is niet te stoppen. Wel moeten we veel meer de verantwoordelijkheid centraal stellen. Op verantwoorde wijze de ontwikkelingen laten plaatsvinden. Daar hoort bij dat we maatschappelijke gevolgen van die nieuwe technieken in ogenschouw moeten nemen. Immers als we steeds ouder worden, komen er ook steeds meer mensen. Kan de aarde dat nog aan? Kunnen we iedereen voeden en huisvesten? En hoe zal het dan met de kosten van de verzorging gaan als mensen toch ziek worden? Dat zijn vragen die nu een debat vergen. Het zijn ook vragen die mensen stellen als ze ernstig ziek zijn en niet meer beter kunnen worden. Moet ik al maar worden doorbehandeld of mag ik ook eens sterven? Kan ik de behandeling stoppen?

Regie in eigen hand Oud worden en sterven horen bij het leven. Pijn hoort daar ook bij: we worden met pijn geboren en we sterven met pijn. Maar we kunnen in steeds grotere mate er iets aan doen om de pijn te verzachten. Als patiënt moeten we er over nadenken hoe we dat laatste stukje levensreis willen gaan realiseren. We zullen zelf moeten aangeven of we de behandeling willen stoppen, dan wel dat we willen doorgaan. Als iemand een beroerte krijgt en er is nog een bepaalde hoop op een goed leven dan mag de arts niet op grond van bijvoorbeeld de leeftijd zeggen dat hij niet wil behandelen. Nee, de regie is in handen van de patiënt, samen met zijn partner en/of kinderen. Dat houdt wel in dat het wellicht verstandig is dat een keer aan het papier toe te voegen: de wilsverklaring. Het is niet voldoende om dit alleen met de kinderen of partner te bespreken, maar een schriftelijke vastlegging heeft meer waarde. Ook het reanimeren is zo’n onderwerp waarover iets op papier moet staan, wil men niet automatisch bij een hartstilstand geconfronteerd worden met een reanimatie. Immers het reanimeren geeft nogal eens een soort schijnveiligheid en een defibrillator moet ook heel voorzichtig worden gebruikt. Een niet-reanimerenpenning is een goede zaak. En ook is het voor sommigen een optie om het op de borst te laten tatoeëren. Een kaartje in de portemonnee is ook vaak al voldoende om erop attent te maken dat de patiënt niet wil worden gereanimeerd als dit niet leidt tot een gunstig vooruitzicht… Toch blijft het moeilijk om je goed in te denken wat er allemaal zou kunnen plaatsvinden en wat je dan moet doen. Het komt vaak weer heel anders dan je van te voren hebt bedacht. Dat neemt niet weg dat het nadenken over de laatste reis toch wel erg zinnig is. Het is ook heel verstandig om tweejaarlijks een herziening van de wilsverklaring te realiseren en die ook weer bij de huisarts te deponeren.

‘Op Gods tijd….’ We zien dit vaak boven rouwadvertenties staan. In vroeger tijden, toen de technologie nog niet zo’n vlucht had genomen, was het voor ons absoluut geloofwaardig dat begin en einde van ons leven in Gods hand was. Daar verandert eigenlijk nu ook nog niets aan, alleen speelt de verantwoordelijkheid van de mens een steeds grotere rol. Immers, we stoppen de behandeling of gaan er mee door. We verlichten het lijden met een terminale sedatie en het leven gaat als een klaars uit. We beslissen dat we de techniek gaan gebruiken om de dood uit te stellen. Mijn idee is dat we, ook als artsen, niet anders doen dan met dat leven manipuleren. Mijn idee is ook dat we dat alleen maar mogen doen als we de verantwoordelijkheid hiervoor nemen: in de horizontale relaties tussen de zieke en de partner/kinderen en in de verticale relatie met God. Dat is het bijbelse begrip van omgaan met het leven. En zoals iemand opmerkte, moeten we soms niet bepaalde ingrepen afwijzen als die niet ten gunste van ons welzijn plaatsvinden. Immers we kunnen ook wel eens langer willen leven dan dat het de bedoeling is van God. En dat halen we niet rechtstreeks uit de Bijbel, maar het is wel in de geest van de Bijbel. En ieder heeft daarover ook zo weer zijn eigen gedachten en interpretaties. Vast staat dat we hoe langer hoe meer uitstel van de dood krijgen, maar dat er zeker geen sprake is van afstel. Ik heb hierover en over de regie en beslissingen die kunnen en moeten worden genomen in mijn boek ‘De dood komt steeds later’ meer zaken beschreven dan ik in dit artikel kan behandelen. Ook het pas uitgekomen boek ‘Met het oog op het einde’, geschreven onder mijn redactie samen met een aantal auteurs, geeft meer informatie. (Zie ook: In-druk pagina 16.) Prof. dr. Doeke Post

Wie nog een vraag wil stellen aan prof. dr. Post kan deze mailen naar: doekepost@kpnmail.nl.